Toepassingskaart 8: Taalbeleid op schoolniveau
Inleiding
Op De Zonnestraal zijn wij erg gericht op de actualiteit en wat er speelt in het land. Dit is de reden dat wij een beleidsplan op stellen voor taal.
De afgelopen jaren zijn er op het gebied van taalonderwijs veel ontwikkelingen geweest om de taalbeheersing van leerlingen te verbeteren. De overheid heeft verschillende eisen gesteld aan het onderwijs. Wij als team vinden dat de verbetering begint bij de basis en dat is bij ons!
Wij vinden het dan ook belangrijk om te zorgen dat elk domein volledig tot zijn recht komt. Elk domein heeft een eigen plekje in ons onderwijs. Daarnaast grijpen wij taal in andere vakken aan als kans om extra tijd aan taalstimulering te besteden voor alle leerlingen. Ook zijn wij ons bewust van de rol van taal op alle momenten in het reken- en zaakvakonderwijs.
In dit document kunt u vinden waar wij de komende 5 jaar aan zullen werken. In het eerste jaar zullen wij ons vooral focussen op mondelinge taalvaardigheid en schrijven en stellen.
Onze visie
In het taalonderwijs zijn er heel veel punten waar aan gedacht en gewerkt moet worden. Om te zorgen dat we overal aan toekomen moet er een keuze gemaakt worden. In 5 jaar tijd willen wij zorgen dat elk taaldomein aan bod komt. Door ieder jaar te focussen op 2 van de domeinen en deze te automatiseren bij de docenten, zal het gemakkelijker worden deze punten werkelijkheid te laten worden. Iedere maand wordt er tijdens een vergadering geëvalueerd op de afgelopen maand en gekeken naar de doelen voor de volgende maand. Zo proberen wij in een jaar tijd 2 domeinen in te passen.
Wij werken met het computerprogramma Ambrasoft. Ook bij rekenen wordt hiermee gewerkt.
Het Schoolpakket van AmbraSoft is een methode-onafhankelijk totaalpakket voor rekenen en taal van groep 3 t/m 8. Met aantrekkelijke, uitdagende oefeningen worden stap voor stap allerlei reken- en spellinghandelingen getraind.
Hieronder staan de speerpunten voor het komende jaar globaal beschreven. Deze speerpunten worden in het vervolg van het document nader beschreven.
Wat wij belangrijk vinden voor een goede taalontwikkeling van leerlingen is dat er een veilig klimaat geschept wordt en dat er ècht met leerlingen wordt gecommuniceerd. Daarom is het belangrijk dat er correct en begrijpelijk Nederlands wordt gesproken. Er moet ruimte zijn voor de leerlingen om actief deel te kunnen nemen aan een gesprek waarbij de kwaliteit van de inhoud van de gesprekken wordt gestimuleerd. Er moet actief gewerkt worden aan begrijpend luisteren, waarbij het geven van regelmatige feedback erg belangrijk is.
Schrijven en stellen
Er moet voor gezorgd worden dat schrijven niet alleen bij taal, maar ook bij zaakvakken een terugkerende activiteit is. Schrijfopdrachten moeten voor de leerlingen betekenisvol en functioneel zijn. Dit komt daarom veel terug in stelopdrachten met de projecten. Bij elke schrijfopdracht moet duidelijk zijn wat het doel, de tekstsoort en het lezerspubliek is. We maken vooral gebruik van werkbladen die de docent zelf bedenkt/opzoekt in de onderbouw en de projecten in de bovenbouw. Ook gaan wij werken met de methode Pennenstreken. Omdat we de basis als start beschouwen en er gewerkt moet worden vanuit een duidelijk startpunt, in dit geval de methode Pennenstreken.
Taal- en leesplezier
Om te zorgen dat er echt bevordering te zien is bij de leerlingen is het belangrijkste dat leerlingen plezier hebben in lezen en taal. Het moet geen verplichting worden. Dit kan er namelijk voor zorgen dat een leerling zal stagneren in zijn of haar ontwikkeling. Ook wordt het steeds moeilijker om een leerling echt te motiveren voor lezen en taal.
Studiedagen
Door 2 keer per jaar een studiedag te organiseren is het de bedoeling dat de docenten hun eigen kennen en kunnen zullen vergroten. Dit is nodig in verband met alle doelen die we willen behalen en de activiteiten die we willen doen in de klas en school. Bij de onderstaande punten is het ook zo dat wij zullen werken zonder methode.
De eerste studiedag zal in het teken staan van de mondelinge taalvaardigheid en de bevordering hiervan.
De tweede studiedag zullen we aan de slag gaan met schrijven en stellen. We gaan voor de studiedagen gastdocenten vragen om ons bij te scholen in de 2 speerpunten van het komende studiejaar.
Taalcoördinator
Om te zorgen dat dit taalbeleid een goede plek krijgt in het team en werkelijk zal worden uitgevoerd, hebben wij een taalcoördinator aangesteld. De taalcoördinator zal zorg dragen voor het:
o Bepalen van de inhoud van het taalbeleid binnen de school
o Informeren en adviseren van betrokkenen
o Aan- en bijsturen van de beleidsuitvoering
Methodes
o Aanvankelijk technisch lezen: Veilig leren lezen
o Voortgezet technisch lezen: Estafette Nieuw
o Begrijpend lezen: Nieuwsbegrip
o Spelling: Taalverhaal Spelling
o Woordenschat: Taalverhaal Spelling en Nieuwsbegrip.
o Schrijven en stellen: Pennenstreken.
Waar werken we naartoe?
Hieronder kunt u vinden wat wij per domein willen behalen en hoe we dit denken te gaan doen.
Beginnende geletterdheid bestaat uit verschillende tussendoelen waar aan gewerkt moet worden. Bij enkele tussendoelen zullen we u laten weten wat we willen bereiken en hoe we dit willen doen.
Boekoriëntatie
Elke dag zal bij de kleuters een prentenboek worden voorgelezen. Het boek wordt altijd volgens een vast ritme aangeboden. Eerst wordt er gekeken naar de omslag en wordt er besproken waar de leerlingen denken dat het over gaat. Vervolgens wordt het verhaal voorgelezen en stelt de docent tussendoor vragen over het verhaal. En wordt er achteraf nog even kort nagesproken over het boek. Ook wordt er tijdens deze kringen aandacht besteed aan functies van het boek en de regels van het lezen. Al het bovenstaande is om te zorgen dat we de volgende punten kunnen behalen bij de leerlingen:
o Leerlingen begrijpen dat illustraties en tekst samen een verhaal vertellen.
o Leerlingen weten dat boeken worden gelezen van voor naar achter, bladzijden van boven naar beneden en regels van links naar rechts.
o Leerlingen weten dat verhalen een opbouw hebben.
o Leerlingen kunnen aan de hand van de omslag van een boek de inhoud van het boek al enigszins voorspellen.
o Leerlingen weten dat je vragen over een boek kunt stellen. Deze vragen helpen je om goed naar het verhaal te luisteren en te letten op de illustraties.
Verhaalbegrip
Eens in de week wordt er een activiteit aan een prentenboek gekoppeld. Deze activiteiten kunnen variëren, maar zullen allemaal als doel hebben de volgende punten te behalen bij de kleuters:
o Leerlingen begrijpen de taal van voorleesboeken. Ze zijn in staat om conclusies te trekken naar aanleiding van een voorgelezen verhaal. Halverwege kunnen ze voorspellingen doen over het verdere verloop van het verhaal.
o Leerlingen weten dat de meeste verhalen zijn opgebouwd uit een situatieschets en een episode. Een situatieschets geeft informatie over de hoofdpersonen, de plaats en tijd van handeling. In een episode doet zich een bepaald probleem voor dat vervolgens wordt opgelost.
o Leerlingen kunnen een voorgelezen verhaal naspelen terwijl de leerkracht vertelt.
o Leerlingen kunnen een voorgelezen verhaal navertellen, aanvankelijk met steun van illustraties.
o Leerlingen kunnen een voorgelezen verhaal navertellen zonder gebruik te hoeven maken van illustraties.
Functies van geschreven taal
Bij de kleuters willen we zorgen dat ze weten dat er verschillende functies zijn van geschreven taal. Dit doen we door verschillende taalproducten te tonen en te laten gebruiken zoals briefjes, brieven, boeken en tijdschriften. Maar ook zorgen we voor veel verschillende pictogrammen en symbolen in de klas die verwijzen naar een handeling.
Een andere punt is dat leerlingen bewust moeten worden van het permanente karakter van geschreven taal. Dit leren we de leerlingen door de activiteiten bij verhaalbegrip. Hier krijgen ze namelijk verschillende keren het zelfde verhaal te horen en zullen merken dat dit niet verandert. Ook door de leerlingen zelf te laten bladeren in boeken en zelf te laten “lezen” zijn ze zelf aan het ontdekken. De docent zal ook zorgen dat het volgende punt wordt behandeld: leerlingen weten dat gesproken woorden kunnen worden vastgelegd op papier en met audio/visuele middelen. De docent zal namelijk in verschillende situatie woorden opschrijven die zijn uitgesproken, denkend aan tekeningen, het schrijven van een naam en het uitschrijven van woorden bij werkjes.
Taalbewustzijn
Bij taalbewustzijn horen de volgende punten:
o Leerlingen kunnen woorden in zinnen onderscheiden.
o Leerlingen kunnen onderscheid maken tussen de vorm en betekenis van woorden.
o Leerlingen kunnen woorden in klankgroepen verdelen zoals bij kin-der-wa-gen.
o Leerlingen kunnen reageren op en spelen met bepaalde klankpatronen in woorden; eerst door eindrijm ("Pan rijmt op Jan") en later met behulp van beginrijm ("Kees en Kim beginnen allebei met k").
o Leerlingen kunnen fonemen als de kleinste klankeenheden in woorden onderscheiden, zoals bij p-e-n.
Deze punten zullen in verschillende kringactiviteiten ter sprake komen bij de leerlingen. Dit zal met de hele kleuterklas zijn, maar ook in kleinere groepen met leerlingen uit groep 2.
De docent volgt in het geval van aanvankelijk technisch lezen volledig de methode. Dit is om te zorgen dat de school een rode draad heeft door de jaren heen wat betrekking heeft op technisch lezen.
Voor dit domein hebben wij de methode Veilig Leren Lezen uitgekozen. Van deze methode verwachten wij het volgende:
o De methode stelt duidelijke (toetsbare) doelen en leerlijnen voor technisch lezen.
o Het doel is beheersing AVI E3 eind groep 3.
o In de eerste helft van groep 3 leren leerlingen alle letter klankkoppelingen.
o De tweede helft van groep 3 is gericht op het automatiseringsproces.
o De methode besteedt genoeg tijd aan technisch lezen.
o Voor de leesmethode: 6 tot 7,5 uur per week.
o De geïntegreerde methode voor taal en lezen: 9 tot 10 uur per week.
o De methode biedt expliciete instructie en strategieën.
o De methode biedt gelegenheid voor herhaald lezen.
o De methode biedt midden/eind groep 3 veel gelegenheid om leestempo te oefenen.
o Technisch lezen wordt zoveel mogelijk gekoppeld aan begrijpend lezen.
o De leerlingen kunnen activiteiten samen uitvoeren in het belang van samen leren. Daarnaast is er ook tijd voor stil lezen.
Voortgezet technisch lezen
Voor dit domein hebben wij Estafette Nieuw uitgekozen. Van deze methode verwachten wij het volgende:
o De methode stelt duidelijke (toetsbare) doelen en leerlijnen voor technisch lezen.
o De methode besteedt genoeg tijd aan technisch lezen.
o 2,5 uur per week in groep 4
o 2 tot 2,5 uur per week in groep 5
o 1,5 tot 2 uur per week in groep 6
o De methode biedt expliciete instructie en strategieën.
o De methode biedt gelegenheid voor herhaald lezen.
o De methode besteedt aandacht aan het lezen met de juiste intonatie.
De docent volgt ook in het geval van voortgezet technisch lezen volledig de methode. Dit is om te zorgen dat de school een rode draad heeft door de jaren heen wat betrekking heeft op technisch lezen.
Begrijpend lezen
Wij willen graag met begrijpend lezen werken aan woordenschatstrategieën en leesstrategieën. Ook willen we werken aan het leggen van relaties met wat de lezer al weet, voorkennis activeren: Wat weet ik hier al van? Ook moeten er vragen worden gesteld voor, na en tijdens het lezen over de tekst.
Voor dit domein hebben wij een methode uitgekozen. De methode die we gebruiken is Nieuwsbegrip. Van deze methode verwachten wij het volgende:
o De methode stelt duidelijke (toetsbare) doelen en leerlijnen voor begrijpend lezen.
o De methode heeft een interactieve en aansprekende manier om aan de kerndoelen voor begrijpend lezen te werken.
o Er zijn wekelijks teksten en opdrachten aan de hand van het nieuws. Het is actueel.
o De methode biedt handreikingen voor differentiatie
o Zwakke lezers krijgen een beperkt aantal strategieën aangeboden
o Voor goede lezers biedt de methode voldoende uitdaging in het leesaanbod en in de suggesties voor de verwerkingsactiviteiten.
o De methode besteed aandacht aan de moeilijke woorden in de tekst.
De methode is voor 1 tot 1,5 uur per week. Daarnaast worden de geleerde strategieën ook toegepast in de zaakvakken. Wat ervoor zorgt dat er ongeveer 2 uur per week wordt besteed aan begrijpend lezen. Hier moet de groepsdocent zorg voor dragen.
Woordenschat is een onderdeel van taal dat erg belangrijk is voor alle andere domeinen. Ook voor onze talentontwikkeling binnen de school is het belangrijk dat de leerlingen zich ieder jaar weer beter ontwikkelen op woordenschat. Zij krijgen door middel van projecten en opdrachten nieuwe woorden aangeboden. Ook door de verschillende activiteiten die beschreven staan bij mondelinge taalvaardigheid zullen zij werken aan woordenschat.
Om het woordbewustzijn bij leerlingen te vergroten is het belangrijk dat leerlingen zelf ook de woorden die zij hebben geleerd registreren. Dit gebeurt vooral in de methode. Verder is het belang van een taalrijk ingerichte leeromgeving voor het incidenteel vergroten van de woordenschat groot. In de klas zullen in de onderbouw en middenbouw naamborden hangen bij onbekend materiaal. Ook vrij laten lezen zorgt voor het vergroten van de woordenschat.
Om te zorgen dat er een goede basis is hebben wij gekozen om de methode Taalverhaal Spelling te handhaven naast alle genoemde punten en handelt de docent als volgt:
o De stappen van het vierstappenplan (voorbewerken-semantiseren-consolideren- controleren) worden over meerdere lesmomenten verdeeld
o De woorden die expliciet worden behandeld worden zorgvuldig uitgekozen aan de hand van criteria voor woordselectie.
- Kies nuttige woorden: Woorden die de leerlingen moeten weten om de doelstelling van de les te kunnen halen.
- Kies frequente woorden.
- Kies woorden met een duidelijke context.
- Kies woorden binnen een betekenisveld: Bij het selecteren van woorden moet je dus niet letten op losse woorden, maar woorden in een betekenisveld aanbieden. (Huizinga, 2005)
o Tijdens het schematiseren wordt er een nieuw woord in een cluster of in ieder geval in een context aangeboden zodat leerlingen een beroep kunnen doen op hun reeds aanwezig woordenschat netwerken waardoor ze deze gemakkelijker kunnen uitbreiden.
o De betekenis van woorden worden uitgelegd door gebruik gemaakt van drie uitjes.
o Een woord wordt op verschillende manieren aangeboden: niet alleen mondeling, maar ook schriftelijk. En de uitspraak wordt ook herhaald.
o Woorden moeten zoveel mogelijk in samenhang met andere woorden worden aangeboden.
o Controleren of de behandelde woorden op langere termijn bij de leerlingen zijn blijven hangen.
We maken gebruik van een spellingmethode. Deze methode is Taalverhaal Spelling. We geven expliciete instructie voor spellingstrategieën. Ook wordt er aandacht gegeven aan verschillende kenmerken van woorden zoals woordbetekenis, klanken, en opbouw van het woord en lettercombinaties. De aandacht gaat uit naar de spellingregels en er wordt gelet op het feit dat de leerlingen deze ook toepassen. Ook wordt er aan tweede taalleerders en aan dyslectische leerlingen waar nodig gedifferentieerde begeleiding gegeven. Dit wordt beperkt via de methode gedaan. Het is dus van belang dat de docenten hier bekwaam in zijn.
Mondelinge taalvaardigheid
Op gestructureerde wijze moet begrijpend luisteren aan geboden worden met behulp van uitleg geven, voordoen of reflectie. Ook het bewust maken van luisterstrategieën is belangrijk voor de leerlingen. Er moet gewerkt worden aan spreekvaardigheid van de leerlingen waarbij er de gelegenheid is om te vertellen en te presenteren.
Om dit te kunnen doen hebben wij verschillende activiteiten die de docent uitvoert met de leerlingen. Deze activiteiten passen goed bij ons onderwijs om talentontwikkeling te stimuleren.
o Interactie in de kleine kring
o Tweetal gesprekken klassikale gesprekken (kennis ontwikkeling)
o Verhalen vertellen
o Presentaties door leerlingen
o Reflecteren op gesprekken met individuele leerlingen of in kleine groepjes
Lees en taalplezier is er niet automatisch. Als school hebben wij dan ook gekeken hoe we hier een bijdrage aan kunnen leveren.
Taalrijke leeromgeving
o Posters met spellingsregels
o Posters met gedichten
o Boeken
Bibliotheek
Bibliotheek buiten de school
Iedere 2 weken gaat de klas vanaf groep 4 naar de bibliotheek buiten de school. Hier leren ze hoe ze een boek moeten uitzoeken wat ze leuk vinden. Ook mogen ze hier 2 boeken lenen. Door zelf een boek te kiezen zal de leerling het, hoogstwaarschijnlijk, leuker gaan vinden om te gaan lezen.
Bibliotheek binnen de school
Naast een uitje naar de bibliotheek buiten de school is er ook een bibliotheek binnen de school. Deze bibliotheek is erg uitgebreid, dit om ervoor te kunnen zorgen dat er voor projecten genoeg informatie te vinden is. Ook maken de leerlingen, net als in de bibliotheek buiten de school, kennis met veel verschillende soorten teksten en boeken.
Voorlezen in alle groepen
Vaak wordt er alleen in bij de onderbouw en middenbouw voorgelezen, maar niets is zo lekker als even luisteren naar een verhaal en je helemaal erin op te gaan. Daarom kiezen we ervoor om in de bovenbouw ook boeken voor te lezen. Dit gebeurt iedere kleine pauze bij het eten. Dit zorgt voor een moment van rust in de klas. Ook komen leerlingen in aanraking met verhalen en schrijvers die zij zelf misschien niet zo snel zouden lezen.
Poppenkasten
Bij de kleuters zullen ook poppenkasten staan. Hier kunnen ze veel van leren op een speelse manier. Er moet hierbij gedacht worden aan oorzaak/gevolg, mondelinge taalvaardigheid en het samenwerken/samen spelen.
Voorleesdagen in de school
Elk schooljaar zal de school zelf minimaal 2 keer per jaar een voorleesdag organiseren. De school nodigt dan iemand uit die in de school zal komen voorlezen. Het boek wordt zorgvuldig uitgekozen en zal in de klas worden uitgelezen.
Zelf musical schrijven in bovenbouw
Om te zorgen dat in de bovenbouw alle facetten van taal terug komen in 1 project, laten we de leerlingen zelf hun eigen musical schrijven onder begeleiding van de groepsdocent. Door dit project hopen we dat de leerlingen gemotiveerd zijn en blijven voor taal.
Dyslexie
De officiële definitie van dyslexie, van de Stichting Dyslexie Nederland (2008) luidt als
volgt: “Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met
het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op
woordniveau”. Kenmerkend voor dyslexie is dat de problemen ondanks intensieve
remediëring blijven bestaan.
We weten al dat het een illusie is te denken dat je dyslexie kan voorkomen. Wel lijkt het erop dat je met een gerichte taalstimulering kinderen beter kunt voorbereiden op lezen en spellen. Niet alleen de mogelijk dyslectische kinderen profiteren van taalstimuleringsactiviteiten, alle leerlingen hebben
hier baat bij.
Informatie- en scholingsbehoefte van de teamleden
De intern begeleiders houden directie en team op de hoogte van de ontwikkeling van dyslexie. Dit gebeurt tijdens een studiedag of als agendapunt op een teamvergadering.
Leerkrachten worden gestimuleerd scholing te volgen om hun kennis en daarmee de handelingsbekwaamheid, van dyslexie te vergroten.
In de groepen 1-2 worden de leerkrachten begeleid om het onderwijs in de beginnende geletterdheid goed uit te kunnen voeren daar er geen specifieke methode wordt gevolgd.
Leerkrachten in de groepen 3 t/m 8 werken volgens de methodes.
Wie doet binnen de school uitspraken en geeft informatie over dyslexie?
Leerkrachten signaleren de lees- en spellingproblemen bij de interne leerlingenzorg.
De intern begeleiders kunnen in onderkennende zin spreken over ernstige lees- en spellingmoeilijkheden en kunnen, in het verlengde daarvan, vermoedens aangegeven van een dyslectische problematiek. Er worden geen stellige uitspraken naar derden (bijvoorbeeld ouders) gedaan.
Onze intern begeleiders blijven op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen en zij hebben de expertise om de kinderen met dyslexie goed te kunnen begeleiden.
Er is een koffer met informatiemateriaal voor leerkrachten, ouders en leerlingen. Er is een dvd over dyslexie, er zijn informatiefolders en boeken aanwezig. Ook is er een lijst met titels van informatieve boeken over dyslexie voor volwassenen en voor kinderen.
Er zijn speciale leesboeken (makkelijk lezen boeken) voor kinderen waarbij de inhoud interessant is maar het leesniveau wat lager. Er is een overzicht van deze boekenseries die vaak te vinden zijn op de „Makkelijk Lezen pleinen‟ in de openbare bibliotheken.
Organisatie van het onderwijs bij de kleuters
De leerkrachten werken aan belangrijke tussendoelen (markeringspunten)
op de leerlijn beginnende geletterdheid. Door „kleutervriendelijke‟ werkwijzen in te zetten zoals o.a. klankgebaren en een letter (ABC) muur wordt spelenderwijs gewerkt aan de ontwikkeling van geletterdheid. De Tussendoelen voor Beginnende Geletterdheid zijn bedoeld om meteen vanaf groep 1 het taalonderwijs kwalitatief te verbeteren door kinderen actief te laten omgaan met gesproken èn geschreven taal.
De leerkrachten van de groepen 1 en 2 kijken zeer gericht naar individuele kinderen en door middel van een registratiesysteem leggen ze de ontwikkeling van ieder kind schriftelijk vast.
Organisatie van het lees- en spellingonderwijs in Groep 3
In groep 3 werken we met de methode „Veilig leren Lezen 2e maanversie‟. Deze methode geeft veel mogelijkheden om te differentiëren. Er is materiaal voor de zwakke lezer, de gemiddelde lezer en de vlotte lezer. Alle leerkrachten maken gebruik van klankgebaren.
Wij stimuleren de beginnende lezers om zoveel mogelijk “leeskilometers” te maken. Na de herfstvakantie wordt er elke ochtend en elke middag gedurende 15 minuten gestart met individueel lezen. Iedere dag wordt er voorgelezen.
Hogere groepen worden aan lagere groepen gekoppeld (adoptiegroepen). Met de adoptiegroep wordt er “duo gelezen”. Twee keer per week lezen de leerlingen van de groepen 3 in duo‟s met leerlingen van een bovenbouwgroep (6-7-8). Daarbij lezen de leerlingen eerst tegelijkertijd een bladzijde. Vervolgens leest de leerling uit groep 3 een bladzijde. Bij de volgende bladzijde lezen de leerlingen om de beurt twee regels , de bladzijde daarna leest de groep 3 leerling weer. Wanneer de groep 3 leerlingen al aardig kunnen lezen, lezen ze om de beurt een hele bladzijde. Ook mogen de leerlingen van groep 3 gaan voorlezen in groep 1-2.
Organisatie van het lees- en spellingonderwijs in de groepen 4 en hoger
Op de Zonnestraal wordt voor het voortgezet technisch lezen de methode Estafette Nieuw gebruikt. In de groepen 3 t/m 6 worden er eens per week leeslessen gegeven.
Dagelijks lezen de kinderen een boek van hun keuze gedurende 15 minuten. We noemen dit BAVI-lezen en dit staat voor “Belevend” lezen. Dit betekent dat een leerling vooral een boek moet kiezen dat hij leuk en interessant vindt. Wel is het van belang dat het leesniveau van het boek niet te ver afwijkt van het technisch leesniveau van een kind. Eén niveau naar beneden of naar boven is acceptabel.
Er is op school een ruim aanbod van boeken en er zijn interessante en aantrekkelijke boekenhoeken.

